 Op een inspirerende bijeenkomst op 25 november 2009 vond de LeerKrachtCentrale over eigenaarschap van onderwijs plaats. In een inspirerende setting bij Corus in IJmuiden stonden een drietal voorbeelden centraal, ronde organisatie met elkaar van het onderwijs (leerteams), de ontwikkeling van lesmateriaal (wiskunde vo pilot) en projectonderwijs, onderwijs in samenwerking met de omgeving (TechnoChallenge).
Vervolgens zijn we met elkaar gekomen tot een aantal do’s en don’ts. Onder de kleine twintig aanwezigen bevonden zich leerkrachten, leidinggevenden en andere functionarissen uit het onderwijs, alsmede enkele deelnemers van buiten het onderwijs voor het broodnodige externe perspectief.
Leerteams in Zwolle
Ton Hendriks (schoolleider) en Astrid Berghof (leerkracht) van de IJsselhof (PO) in Zwolle gingen nader in op de op hun school gevormde leerteams (ook wel zelfverantwoordelijke teams genoemd). Hierbij werd aangegeven dat de start van dit initiatief plaatsvond vanuit een gemeenschappelijke visie die op schoolniveau werd geformuleerd. “Je moet het punt voelen dat je het anders wilt doen. Meer delegeren. Dat gaat niet van de ene dag op de andere.”, aldus Hendriks. Inmiddels is er op de IJsselhof sprake van veel kleinere werkverbanden. Er zijn nog maar weinig grote vergaderingen waarop het vervolgens alleen nog maar gaat over visie, concepten en het pedagogisch klimaat. Er is veel autonomie naar de leerkrachten in teamverband gegaan.
In de praktijk was het zo dat niet alle teams met dezelfde zaken willen starten. Wel werden merendeels “veilige zaken” als onderwijsthema’s en didactiek als eerste aangepakt. Pas later kwam vervolgens reflectie op het eigen pedagogisch handelen wel degelijk aan de orde. Alle kwaliteit en organisatie valt uiteindelijk te herleiden op de cultuur van de school. Dus wil je die veranderen dan moet je de samenwerking veranderen. Leerteams sluiten daar nauw bij aan. Inmiddels worden er ook functioneringsgesprekken gehouden met de teams als geheel. Ook hebben de teams budget om leermiddelen aan te schaffen.
Op de IJsselhof heeft het team en de leiding besloten om in dit alles een eigen weg te vinden, bijvoorbeeld ten aanzien van de structuur van de leerteams. Dat voelt goed. Het is heel goed om zelf dingen uit te proberen en te ervaren, ook als het juist beter kan. Je moet kunnen leren van ervaringen, dat is juist een kernervaring van vertrouwen die terug moet komen in het onderwijs. Dat geldt voor leerlingen, maar dus ook voor leraren. Hierbij mag je (of moet je) ook vooral lastig en eigenwijs zijn. Enkele concrete veranderpunten op het gebied van onderwijs zijn de ontwikkelingen met betrekking tot werkstukken en spreekbeurten. Er is nu meer variatie met bijvoorbeeld een muurkrant in groep 5. Ook wordt er vanuit de teams in het kader van de brede school meer naar de verbindingen met sport en cultuur gezocht. Ten aanzien van GVO/HVO hebben teams ervoor gekozen om dit zelf op te pakken en te integreren in de lessen rondom actief burgerschap in plaats van dit over te laten aan vakleerkrachten.
Tenslotte is een belangrijke constatering dat het gesprek tussen leerkrachten nu weer veel meer over onderwijs gaat, in tegenstelling tot vroeger. Natuurlijk gaat het gesprek in de lerarenkamer ook over “Boer zoekt vrouw”, maar daarnaast ook nadrukkelijk over het eigen werk. Dat ervaren Ton en Astrid als een echte verbetering.
Online leermiddelenbank
Jody van den Berg is docent wiskunde op het Daltoncollege(VO) in Voorburg. Hij is betrokken bij een project om te komen tot een online leermiddelenbank in het kader van een initiatief van de VO-raad. Wiskunde was hierbij een pilot. De bedoeling was om samen met andere wiskundigen te kijken wat er voor leermateriaal voor wiskunde voorhanden is, om vervolgens te kijken in hoeverre dit aan bepaalde kwaliteitsmaatstaven voldoet. Ze kwamen gezamenlijk tot de volgende kwaliteitscriteria: 1) of het een definieerbaar leerresultaat betreft, 2) of een leeronderwerp geheel of gedeeltelijk begrepen wordt en 3) of het leerdoel valt binnen de referentieniveaus, die echter in feite nog te weinig nauwkeurig zijn.
Wat Jody en zijn collega’s in de praktijk veel tegenkomen is dat veel leerkrachten niet zondermeer hun materiaal willen delen. Het is vaak voor wat hoort wat en men wil vaak alleen iets toevoegen als men er ook zelf iets kan halen. Ook lijkt de bereidheid om mee te doen minder groot als je van scratch moet beginnen en er dus nog geen brede basis is voor het initiatief.
Daarnaast merkt Jody op dat als ook alle technische aspecten (zoals programmeren etc.) integraal onderdeel van het programma zijn om tot het delen van leermateriaal te komen het lastig is om leerkrachten hiervoor te mobiliseren.
Intussen is het initiatief al door de VO-raad overgenomen, waarbij de vraag is of het nog wel aan de door de werkgroep gestelde kwaliteitscriteria voldoet. De werkgroep blijft wel doorgaan met het verzamelen van materiaal, maar het is dus de vraag waar nu het eigenaarschap ligt met betrekking tot dit initiatief.
Tot slot wordt door een van de aanwezigen opgemerkt dat het uitkijken is met het digitaliseren van oorspronkelijk papieren materiaal. Leerlingen leren tegenwoordig heel anders en er is ook veel meer bekend over de hersenontwikkeling bij jongeren. Met dit aspect zullen leerkrachten ook rekening moeten houden bij het ontwikkelen van materiaal.
TechnoChallenge
Ed Stoete is leerkracht op de Graaf Florisschool (PO) in Vogelzang. Aan de hand van vele enthousiaste voorbeelden vertelt Stoete over de TechnoChallenge die een brug wil slaan tussen de theorie op school en de praktijk in de samenleving. Het is een platform van allerlei organisaties die de ambitie heeft om een structurele bijdrage te leveren aan het oplossen van het tekort aan vaklieden en beta-technici op de arbeidsmarkt. Het doel van de TechnoChallenge is het interesseren van jongeren voor techniek en wetenschap vanuit sociale samenwerking van jongeren onderling, met volwassenen en organisaties, alsmede het prikkelen van de ondernemersgeest en bevorderen van open innovatie. De deelnemende scholen en bedrijven ontwikkelen samen uitdagend en praktisch lesmateriaal en organiseren allerlei evenementen. In dit kader werkt Stoete ook veel samen met Corus.
Naast de vele voorbeelden van samenwerking tussen school en bedrijf gaat Stoete ook met name in op de wijze waarop hij en collega’s zaken aanpakken. Het begint, zo zegt hij, met “1-2 personen binnen de school die niet bang zijn om naar de top van bedrijven of gemeentes toe te gaan.” Hierbij is het van belang om met een goed verhaal te komen wat je in een kort tijdsbestek kunt en durft te vertellen. Mensen moeten je verhaal kunnen beleven en voelen. Als je dus bedrijven op school uitnodigt laat dan bijvoorbeeld een gedeelte van de ontvangst ook direct door de leerlingen zelf plaatsvinden.
Ontwikkeling op zichzelf is al een doel
Na de bespreking van drie inspirerende voorbeelden van LeerkrachtAanZet op deze LeerKrachtCentrale, ten aanzien van het thema eigenaarschap in onderwijs, is in een plenaire bijeenkomst gekomen tot een aantal do’s en don’ts. Gerelateerd aan de ervaringen met de concrete voorbeelden, kwamen hier echter een aantal lijnen naar voren. In ieder geval is het duidelijk dat de ontwikkeling naar meer eigenaarschap in zichzelf al een belangrijk doel is.
Rond Leiderschap • Je moet lef hebben om zaken anders te durven aanpakken, verantwoordelijkheden te geven en te nemen en aandacht voor nieuwe richtingen durven te vragen. Toon ondernemerschap en neem risico’s. • Wees lastig en eigenwijs. Binnen teams, maar bijvoorbeeld ook als leidinggevende naar het bestuur om bijvoorbeeld ruimte te krijgen voor ontwikkeling van de eigen school. • Zorg voor vertrouwen. Vertrouwen is een leidend principe, van leidinggevende naar team en binnen het team onderling Rond planvorming • Neem de tijd voor innovatie en doe het niet alleen. Hou er rekening mee in de jaarplanning, vooral ook als je externe partijen bij je plannen betrekt. Maak gebruik van de mensen die willen. • Wees niet vaag met je plannen. Concretiseer de mogelijk te verwachten resultaten. • Gebruik bestaande talenten, erken ze en geef ze de ruimte. Benoem wat er is en wat er niet is om zaken te veranderen. Proces en samenwerking • Het is belangrijk om het wiel zelf uit te vinden (bijvoorbeeld bij de leerteams). Het krijgt dan een vorm die bij de organisatie past. Bovendien vormt het proces naar het vinden van de juiste uitwerking op zichzelf ook een grote waarde. Het gaat dan om de gezamenlijkheid van het proces ingaan, foute en goede vormen ervaren en evalueren en door het proces ook gezamenlijk toegroeien naar de daarbij passende samenwerking en ontwikkeling van juiste competenties. • Timmer plannen niet te dicht. Geef anderen binnen en buiten de organisatie de ruimte om nieuwe ideeën in te brengen. • Probeer uit te stijgen boven het niveau van de eigen organisatie, betrek anderen en zoek de samenwerking op. Hiervoor is het nodig om binnen de school ruimte, sfeer en faciliteiten te creëren zodat enkele mensen erop uit mogen gaan aan om nieuwe zaken en projecten te verkennen en te ontwikkelen en de samenwerking te zoeken, onder andere met gemeenten, bedrijven, bibliotheek etc. Probeer in de samenwerking te zoeken naar de win-win mogelijkheden. Je kunt ook de wereld in de school toelaten door ouders als gastsprekers te laten optreden. Rond communicatie • Geef ruchtbaarheid aan je innovatie op school, het mag gewaardeerd worden. • Geef niet te snel aan dat je klaar bent in een ontwikkeling. Als een project af is, is dit vaak een eerste aanzet tot ontwikkeling. • Koester bijzondere uitzonderingen, ook als die afwijken van de normale patronen, denk bijv. aan de leraar Hagrid in Harry Potter.
Bovenstaande lijst van twaalf punten zijn natuurlijk nog verder aan te vullen. Dat zal gebeuren bij een volgende LeerKrachtCentrale. In ieder geval gingen de deelnemers aan deze bijeenkomst met nieuwe inspiratie en contacten aan het eind van de middag weer huiswaarts. |