| Nieuw boek: Iedere leerkracht een professional |
| 10-03-2010 |
In de bekende praktijkserie basisschoolmanagement van Kluwer is deel 56 verschenen met als titel “Iedere leerkracht een professional”. In dit boekje van drs. J. Kiewiet-Kester dat als ondertitel ‘Deskundigheidsbevordering in het primair onderwijs’ heeft, wordt op overzichtelijke wijze ingegaan op de begrippen kwaliteit en professionaliteit in het onderwijs en hoe dat te realiseren. Kwaliteit van onderwijs en professionalisering zijn begrippen waar je tegenwoordig niet meer omheen kunt. Maar wat is het nou eigenlijk en wat kun je ermee in de dagelijkse schoolpraktijk? In het eerste deel van het boekje wordt vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs en wordt een definitie van de professional gegeven. Bij de beschrijving van de professional wordt o.a. aangesloten bij de typering van professionals zoals Weggeman die heeft beschreven in ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’(2007): Er zijn I-professionals en R-professionals. De I staat voor ‘improviserend en innoverend’ en de R staat voor ‘routinematig’. Niemand is 100% het één of het ander, maar er is wel vaak sprake van een voorkeursstijl. Deze verschillen in stijl, maar ook de sterke focus op professionele ontwikkeling hebben gevolgen voor de wijze van aansturing van leerkrachten. Delegeren van verantwoordelijkheden, ontwikkelingsgericht leiderschap en resultaten meetbaar maken horen daarbij. In het tweede deel worden de beleidsmatige aspecten van professionalisering van leerkrachten onder de loep genomen. Er komt eerst een hele serie van regelgeving, overeenkomsten en beleidsinitiatieven aan de orde. Goed om eens wat zaken op een rijtje te zetten. Het verbinden van alles wat er ‘te koop’ is blijft soms een uitdaging voor de mensen op school. Dit geldt eveneens voor het in beeld hebben van de organisaties, instellingen, initiatieven en projecten die zich met (deel)thema’s rond professionalisering bezighouden en waarvan Leerkrachtaanzet.nl er één is. Externe visie en beleid hebben invloed op de school, die er maar beter voor kan zorgen om zelf ook een heldere toekomstvisie te hebben, zodat je weet wat je wilt bereiken en hoe je de leerkracht daarbij gaat inzetten. Dé leerkracht? Onder leerkrachten bestaat een grote diversiteit aan competenties. Hiermee kun je natuurlijk iets doen. Naast de al bekende taakdifferentiatie kunnen er ook ontwikkelingen zijn in de positie van de leerkracht in de organisatie. Dit kan in de vorm van verticale positieverandering als er sprake is van (meer) leidinggevende taken of van horizontale positieverandering als er met specialisten wordt gewerkt, zoals de specialist voor hoogbegaafdheid, de opleidingscoördinator of de taalspecialist. Al deze taak- en functiedifferentiatie ten bate van de professionalisering van de leerkracht werkt natuurlijk alleen als het ook aansluit bij de persoon zelf en… als het kan worden betaald. Naast het PAB-budget uit de lumpsum kan de school gebruik maken van subsidies en ook de medewerker zelf kan vanuit de lerarenbeurs een bijdrage leveren. Het derde deel van het boekje behandelt veelgestelde vragen over motivatie en transfer. Aansluitend op de vorige twee delen die over de achtergronden en beleidsmatige aspecten van professionalisering van leerkrachten gaan, gaat het in dit deel om de vraag of leerkrachten wel willen (motivatie) en vervolgens of je op de werkvloer iets terugziet van de genoten opleiding (transfer). Hierbij wordt een stappenplan besproken dat kan worden ingezet om personeel gemotiveerd te krijgen en te houden. Dit begint ermee om te weten te komen wat het eventuele motivatieprobleem is en waar het vandaan komt, vervolgens te zoeken naar achtergronden en tenslotte er iets mee te doen. Ja, en wat doe je dan? Betrokkenen echt betrekken, werken aan zowel snelle (korte termijn) oplossingen als aan duurzame oplossingen en concrete plannen maken waarbij afspraken worden vastgelegd waarop ook wordt teruggekomen. Er wordt aan de schoolleider ook een handreiking geboden om in de wirwar van aanbieders van professionaliseringsactiviteiten een weg te vinden. Dit laatste betreft dan natuurlijk formele opleidingsactiviteiten. Het stimuleren van informeel leren van elkaar binnen de school is net zo belangrijk. Aan enkele manieren hoe je dit kunt bereiken zonder daarbij weer te snel in de formalisering te schieten wordt aandacht geschonken. Het boekje sluit af met een waar ‘recept’ om van iedere leerkracht een professional te maken. “Professionaliseren van personeel en organisatie begint bij stimuleren. Dit doe je door zelf het goede voorbeeld te geven, oprechte interesse te tonen en kennis van zaken te hebben.” Naast het stimuleren moet er ook gefaciliteerd worden in geld, tijd en ruimte. Ten derde gaat het erom te erkennen dat professionaliseren een continu proces is. Een dergelijk continu proces kun je tot stand brengen door het geleerde te (laten) toepassen, door vervolgactiviteiten te organiseren en professionaliseringsactiviteiten te borgen in een doorgaande ontwikkeling, zowel bij het individu als voor de school als geheel. Het klinkt allemaal logisch, maar de praktijk is vaak weerbarstiger. Laat een leerkracht zich een professional maken? Kunnen we dit vanuit het management voor elkaar krijgen of moet de leerkracht zelf aan zet komen? Dit vraagt om nog een boekje over professionalisering van de leerkracht, maar dan voor en door de leerkracht zelf geschreven. |




![]() |
12-01-2012
(Actualiteiten)
|

![]() |
01-12-2011
(Perspectief)
|

|
16-11-2011
(Perspectief)
|

|
29-10-2011
(Actualiteiten)
|

