Actualiteiten

Verslag LeerKrachtCentrale3 maart: Werken aan carrière in Leerkracht
11-03-2010

LeerkrachtAanZet.nl stimuleert (ook) eigenaarschap van professionalisering 

Professionalisering van leerkrachten staat stevig op de agenda, maar wat doen scholen hier nu mee en wat is er allemaal mogelijk? Op de LeerKrachtCentrale Carrière in LeerKracht van het project LeerkrachtAanZet.nl in het Congres- en vergadercentrum van Hogeschool Domstad in Utrecht lieten de deelnemers zich inspireren door praktijkvoorbeelden en visionairs en werd samengewerkt aan kennisdeling en ontwikkeling van actuele thema’s in eigenaarschap van professionalisering.   

‘De rol van de leerkracht als professional ontwikkelt zich door leerkrachten op bepaalde thema’s of terreinen beslissingsmogelijkheden toe te kennen. Dit blijft dan wel binnen de eindverantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Om te kunnen leren van bestaande voorbeelden én om nieuwe initiatieven te stimuleren heeft de VBS, op basis van ervaring met experimenten in eigen kring, het initiatief genomen tot LeerkrachtAanZet.nl. In dit project staat thematisch eigenaarschap van leerkrachten centraal. Daarbij wordt samen met leerkrachten en hun schoolleiders bekeken op welke wijze leerkrachten hun professionaliteit kunnen ontwikkelen,’ aldus stuurgroep-voorzitter Simon Steen in zijn welkom op deze LeerKrachtCentrale.
De VBS werkt hierbij samen met SBL en AOb en het project wordt ondersteund door het ministerie van OCW.      

Drieledig doel
Aansluitend wijst projectleider Marco Matthijsen op het drieledige doel van dit project. Naast het onder de aandacht brengen van reeds bestaande voorbeelden van thematisch eigenaarschap wordt scholen ondersteuning geboden bij het vormgeven aan thematisch eigenaarschap. Met als derde aspect het ontwikkelen van thema’s, die zich lenen voor thematisch eigenaarschap en de wijze waarop het eigenaarschap een toegevoegde waarde kan hebben voor de school.  
Tot verrassing van de deelnemers kan hij melden, dat op de slotconferentie van dit eerste projectjaar op 14 april a.s. de Leerkracht Aan Zet Award 2010 uitgereikt zal worden. Als stimuleringsprijs voor professionele ruimte voor leerkrachten. Wie zich aangesproken voelt, kan zich via de website aanmelden voor nominatie.

Vakdeskundigheid in verandering
“Hoe slimmer, hoe eerder dom.” Onder deze opvallende noemer belichtte organisatieadviseur Mathieu Weggeman - bekend van zijn boek “Leidinggeven aan professionals, niet doen!” - het thema vanuit een tweetal aspecten: kennis en competenties als onderdelen van kennismanagement en de steeds snellere verandering van vakdeskundigheid. Tot zijn droefenis moet hij de deelnemers in dit verband wel wijzen op de wet ven de remmende voorsprong. Kennis ziet hij als het persoonlijk vermogen om bepaalde taken uit te voeren, als configuratie van informatie, ervaringen, vaardigheden en attitude en is objectief. Competenties zijn gericht op het goed (effectief en efficiënt) uit kunnen voeren. Als doel van kennismanagement stelt hij: een hoger rendement en meer plezier in het werk. Als hij zich afvraagt wanneer een kenniswerker met plezier werkt, dan komt hij uit bij werken in het flowgebied. Qua kwaliteit niet te moeilijk en niet te makkelijk; qua kwantiteit niet te weinig en te veel. Zorg ervoor dat bij de moeilijkheid van taken het kennisniveau in evenwicht is, luidt zijn advies. Anders treedt enerzijds verveling of apathie op en anderzijds stress of zorg.    
Bij het tweede aspect wijst hij op de spanning tussen de dramatiek van specialisatie en duurzame inzetbaarheid: door de snellere verandering van kennis in deze tijd word je op jongere leeftijd al minder goed in je vak (als je niets doet). Ook hier heeft hij een advies, vanuit het T-profiel-model: wie niet wil vervallen tot het lage niveau van “productietijger” of de “verteller” (van hoe het vroeger was), maar in de race wil blijven van het hoge niveau van de “ster” of “trainer” zal een leercyclus moeten hanteren, gericht op de vakinhoudelijke ontwikkeling van de professional.
De gastspreker gaf de volgende “uitsmijter” mee: een duurzaam inzetbare professional is iemand, die samenwerking zoekt, goed gefocust overkomt, trots is op zijn vak en zich flexibel opstelt (geen vakidioot).   

Stabiliteit
Ad Verbrugge - voorzitter van B.O.N. - herkent in zijn beknopte co-referaat in de visie van Weggeman op kennismanagement veel behartigenswaardige aspecten, maar vraagt zich wel af: wat doen we ermee in het PO en VO?
Kennis slaat volgens hem op kundigheid, je vak verstaan en daarbij gaat het om kennis en vaardigheden. Hij denkt een punt te hebben bij de ervaring, dat bepaalde kennis juist heel stabiel is. In de competentie van de leraar gaat het volgens hem om de basis, vakkundigheid, uitdragen en vertalen naar onderwijs op verschillende niveaus. De basis van het leraarschap is leerlingen kennis op de juiste wijze overbrengen. Daar zit de flow; alle verandering is geen vooruitgang. Wat volgens hem niet betekent, dat je niet je leven lang moet blijven leren. Dat maakt een leraar juist krachtig, zowel qua persoonlijkheid als in attitude. Zijn antwoord op de vraag hoe je een goede professional wordt in het onderwijs luidt: ontwikkel je vakinhoudelijkheid!     

Praktijkvoorbeelden
Via pitch-talks onder leiding van projectleider Edward Moolenburgh kwam op deze LeerKrachtCentrale via praktijkvoorbeelden een viertal thema’s van professionalisering van leerkrachten aan bod.
Frans-Joseph de Graaf van Nutsbasisschool De Hoogakker in Breda beet het spits af met het thema “Zelfverantwoordelijke teams met kwaliteitskringen”. Via 4 kringen wordt gewerkt aan verbeterkwaliteiten volgens het PDCA-principe. Het MT beslist over de planning, maar het team over de uitvoering en de items gaan naar het schoolplan. Voorbeelden: doelmatig samenwerken van leerlingen via de invoering van coöperatief leren en huiswerk via de ELO met feedback van de computer. Met als ervaring: kwaliteitszorg functioneert nu goed. Voorheen: leerkrachten weinig betrokken en het systeem was dus kwetsbaar. De huidige werkwijze bevordert volgens hem eigenaarschap van de leerkracht in de zin van betrokkenheid bij schoolontwikkeling en daarnaast ook planmatigheid, afstemming en samenwerking.           
Albert Weishaupt van het Roelof Echten College (CVO) in Hoogeveen vervolgde met het thema “Talentondersteunend personeelsbeleid”. Veel veranderingen komen van buitenaf en leraren voelen zich er niet bij betrokken. Bijvoorbeeld: de invoering van taakbeleid (liep uit op “enorm geneuzel”). De schoolleiding gooide het roet om: groepen leraren liet men antwoord geven binnen de gestelde kaders. Dat leverde goede ideeën op rond het thema loopbaanplanning. Leraren kunnen via open inschrijving lid worden van een gefaciliteerde overleggroep. De ervaring is dat leraren daar ook energie van krijgen.  

Hefboomfunctie
Het thema “Eigen competentieprofielen voor functiemix” werd onder de loep genomen door Mirjam Roels van Katholieke Scholengemeenschap De Breul in Zeist.
Om antwoord te geven op de vraag aan welke vaardigheden een leraar moet voldoen voor de profielen LB, LC en LD werd een gesprekscyclus opgezet met gebruik van diverse instrumenten. Dit bleek een hefboomfunctie te hebben; leraren kregen inzicht in eigen kwaliteiten. Met als resultaat: schoolbreed beleid voor de profielen op basis van competenties, met een uitwerking naar de functiemix.   
Herman Vernout van Montessori Lyceum Amsterdam besloot het kwartet praktijkvoorbeelden met het thema “Opleiden in de school, de academische opleidingsschool”. Via subsidie kon vrijstelling gegeven worden voor onderzoek op school door leraren gericht op innovatie. De onderzoeksvragen kwamen vanuit de leraren; met als criterium passend binnen het kader van de school. Om via “bottom-up” tot beleid te komen. Als thema kwam de didactiek van lessenseries naar voren. Om het draagvlak te vergroten werden studiedagen georganiseerd en werden in een reader tips en adviezen opgenomen.      

Do’s en don’ts
Naar aanleiding van deze voorbeelden uit de schoolpraktijk gingen de deelnemers onder begeleiding van leden van de projectgroep LeerkrachtAanZet.nl in werkgroepen aan de slag om met elkaar te werken aan kennisdeling en kennisontwikkeling rondom deze thema’s.
Resulterend in een aantal do’s en don’ts, zoals maak optimaal gebruik van de deskundigheid van leerkrachten voor een optimaal resultaat, zorg voor een goede sturing van het proces via een gekozen coördinator, handel zorgvuldig maar pas op voor de “papieren tijger en let goed op de cultuur van de school; ga daar niet aan voorbij. Ook: geef de leerkracht ruimte en middelen en knel hem niet in, eis wel dat de leerkracht zich professionaliseert, geef het verwerven van eigenaarschap de tijd en geef als schoolleider geen opdrachten en ook niet te veel feedback, maar faciliteer een schooleigen aanpak.
De reactie van SBL-voorzitter en stuurgroeplid Annet Kil op deze terugkoppeling was kort en overduidelijk: ‘Hier vond de vertaalslag plaats van het plan Leerkracht van Nederland van Rinnooy Kan. Met een hoofdrol voor de leerkracht, die zichzelf aan zet voelt en daarin bevestigd wordt. Blijf de voortgang van het project op de site volgen en houd woensdagmiddag 14 april vrij in je agenda!’
  
Voortgang
Tijdens de afsluiting met een drankje en een hapje konden deelnemers aangeven of ze ook een voorbeeld van thematisch eigenaarschap van de leerkracht op hun school met het project wilden delen of dat ze geïnteresseerd waren in begeleiding vanuit het project LeerkrachtAanZet.nl om eigenaarschap van de leerkracht op hun school (verder) vorm te geven.
Na afloop van deze leerzame en inspirerende LeerKrachtCentrale wijst één van de deelnemers op het grote logobord aan de gevel van deze Utrechtse PABO op: “Ieder kind verdient de beste leerkracht”. Met als spontane reactie: ‘Daar doe je het toch voor!’         

Drs. D.P.J. (Dick) Oosterveld,
onderwijskundige & journalist



Terug