Actualiteiten

Nl Monitor Sociale Innovatie 2009-2010
01-12-2010

Op de bijeenkomst van het Sociaal innovatielab, presenteert Henk Volbeda, mede-initiatiefnemer van het NCSI & hoogleraar aan de Erasmus Universiteit de resultaten van de Minotor Sociale Innovatie.

Is sociale innovatie vermomde arbeidsbesparing?

Sociale innovatie is niet iets wat voorbehouden is aan de commerciele sector, hoewel het voor die sector enorm belangrijk is om concurrerend te kunnen blijven werken qua kwaliteit en innovatie van producten en diensten en de kosten daarvan. Ofwel, ja sociale innovatie kan goed zijn voor het bereiken van effectievere dienstverlening, maar is daar niet toe te beperken. Het gaat om het belang van eigenaarschap van medewerkers in hoogwaardige dienst en productieprocessen, waar ook Leerkracht Aan Zet om draait.

Werknemer is bron van innovatie

Henk Volberda, één van de hoogleraren achter de Concurrentie- en Innovatiemonitor, vindt het vreemd dat ondanks de krapte op de arbeidsmarkt de aandacht nog steeds niet uitgaat naar de medewerkers. Het Nederlandse bedrijfsleven ziet de werknemers slechts als kostenpost, niet als mogelijke bron van innovaties. Op de korte termijn lijkt het misschien goed om uit te wijken naar het buitenland, maar op de lange termijn is dit funest voor de Nederlandse economie. We maken volgens de Rotterdamse hoogleraar niet genoeg gebruik van de kennis die hier voorhanden is.

Techologie geen voorwaarde voor radicale innovaties

Volgens Volberda is het een wijdverbreid misverstand dat radicale innovaties met name ontstaan als er technologische ontwikkeling plaatsvindt. Sociale innovatie zoals nieuwe werkvormen, nieuwe orgnisatiemodellen en nieuwe methoden van leidinggeven, is veel belangrijker. Zonder deze processen hebben technologische vernieuwingen geen succes. Het is dus vooral zaak dat het management van organisaties zich hiervan bewust is. Dus minder aandacht voor de kwartaalcijfers, en meer aandacht voor strategisch leiderschap.

Medewerker meer dan productiefactor

Volgens Volberda is 75 procent van het succes van radicale veranderingen afhankelijk van de medewerkers in een organisatie, van slim managen en flexibel organiseren, en dus slechts voor een kwart van investeringen in techniek, onderzoek en ontwikkeling. Dit is koren op de molen van de vakbonden. Jaap Jongejan, voorzitter van de CNV Bedrijvenbond, zei onlangs in Trouw dat werkgevers het nu eens slimmer aan moeten pakken. Geen trucjes als geld of een leuke auto, maar werknemers het gevoel geven dat ze als mens worden gezien, niet als economische productiefactor. Dus houdt rekening met de thuissituatie. Ook de grote groep mensen die langs de zijlijn staat, zoals gehandicapten, allochtonen en 50-plussers. Vraag je eens af wat deze groepen voor de organisatie kunnen betekenen. Voor 23-jarigen trekken werkgevers alles uit de kast, terwijl die na een jaar of zes weer vertrekt. Een 50-plusser kan nog wel 12 jaar rendement opleveren, aldus Jongejan.

Hoofdconclusies van de Monitor Sociale Innovatie:

·

Sociale Innovatie draagt in sterke mate bij aan bedrijfsresultaten en concurrentiepositie. Sociale innovatie loont. Het stelt organisaties in staat om sneller nieuwe producten en diensten te ontwikkelen voor veranderende klantwensen. Uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2008-2009 blijkt dat zowel de innovativiteit (+37%) evenals de productiviteit van sociaal-innovatieve bedrijven (+22%) beduidend hoger liggen dan bij niet sociaal-innovatieve bedrijven. Daarnaast blijkt de omzetgroei en winstgroei van sociaal-innovatieve organisaties respectievelijk 15% en 14% hoger te zijn. Sociaal-innovatieve organisaties zijn tevens beter in staat om een langdurig concurrentievoordeel te behalen doordat ze een hoger aandeel in het aantrekken van nieuwe klanten (+19%) en een hogere groei van het marktaandeel (+20%) behalen.

·

Sociale Innovatie noodzakelijk voor rendement van R&D investeringen. R&D investeringen zijn belangrijk voor nieuwe kennis en innovatie. Uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor blijkt echter dat sociaal-innovatieve organisaties een viermaal hoger rendement halen uit hun R&D investeringen: ongeveer 75% van het uiteindelijke succes wordt bepaald door sociale innovatie – flexibel organiseren, dynamisch managen, slimmer werken en externe samenwerking.

·

Sociale Innovatie is in Nederland toegenomen. Uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor blijkt dat de mate van sociale innovatie binnen het Nederlandse bedrijfsleven gedurende de periode 2006-2008 met ongeveer 2.5% is toegenomen. In het afgelopen jaar is er zelfs een groeiversnelling waargenomen. In de periode 2008-2009 is de mate van sociale innovatie met 5.1 % toegenomen. Sociale innovatie heeft daarmee beduidend meer aandacht gekregen binnen het Nederlandse bedrijfsleven.

Meer informatie
Website Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor
Download het rapport



Terug