Actualiteiten

Gelukkig voor de klas?
10-09-2009

Leraren voortgezet onderwijs over hun werk.

Afgaande op berichten in de media is het geen pretje om als leraar in het voortgezet onderwijs te werken. Hoge werkdruk, laag salaris, door anderen opgelegde onderwijsmaatregelen en bemoeizuchtige, tekortschietende schoolleiding zouden de animo voor het beroep parten spelen. Maar klopt dit beeld wel? Hoe denken leraren er zelf over?

De publicatie “Gelukkig voor de klas” die in juli 2009 uitkwam, laat leraren aan het woord over hun werk. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft hiervoor een representatieve enquête gehouden onder docenten in het VO. Ruim 2700 leraren (van de circa 77.000 in totaal in het VO) hebben achtergrondinformatie verstrekt en hun mening gegeven over hoe zij in hun werk staan en hoe zij tegen de omgeving waarin zij werken aankijken.

De leraren gaan in op de motivatie voor hun beroepskeuze, de invulling die zij aan het docentschap geven, en op het werkplezier en de frustraties die zij ervaren. Ook de samenwerking met collega's en de verhouding met de schoolleiding komen aan bod, en leraren geven hun mening over de kwaliteit van het onderwijs in hun school.

Enkele conclusies:

• Driekwart van de docenten noemt de omgang met leerlingen als aantrekkelijk aspect van hun werk; meer dan de helft noemt ook de overdracht van vakkennis aan leerlingen aantrekkelijk.

• Driekwart van de leraren is trots op hun beroep; een meerderheid zou weer leraar worden.

• In het praktijkonderwijs en het vmbo werken leraren veel meer samen dan in het havo en vwo.

• De direct leidinggevenden op de eigen school krijgen van de leraren een ruime voldoende, maar het functioneren van de schoolleiding laat volgens de docenten te wensen over.

• In het vmbo geeft één op de drie leraren naar eigen zeggen (ook) on(der)bevoegd les, in het havo/vwo is dat één op de zeven.

• Jongere leraren hebben minder vaak een eerstegraadsbevoegdheid dan oudere leraren.

• De komende jaren zullen vooral in voltijd werkende, veelal mannelijke, leraren met pensioen gaan, terwijl de jonge leraren, meestal vrouwen, vooral in deeltijd werken.

• Oudere leraren die in hun opleiding veel vakkennis maar minder pedagogisch-didactische vaardigheden hebben opgedaan, maken langzamerhand plaats voor jongere leraren die juist sterk pedagogisch-didactisch maar minder vakinhoudelijk onderlegd zijn.

Concluderend blijken leraren redelijk tevreden met hun werk, al is er ook kritiek. Het onderzoek kwam tot stand met financiële steun van het ministerie van OCW.

Voor meer informatie: www.scp.nl

Bron: www.scp.nl



Terug