Actualiteiten

OMO Koersplan 2016 zet leraar centraal: Alles decentraal, tenzij!
04-04-2011

OMO zet in op kwalitatieve verbetering van het onderwijsproces. De centrale rol van de leraar wordt erkend. Daarom richt het beleid zich op de leraar. Dit interview loopt op deze ontwikkelingen vooruit en biedt in die context een vergezicht. Centraal in het nieuwe koersplan van OMO: Koers 2016 staat:

Alles decentraal, tenzij

OMO is een schoolbestuur en verenigt 45 scholen voor voortgezet onderwijs. Eind 2009 heeft OMO onder leiding van Eugene Bernard een traject in gang gezet om te komen tot een nieuwe koers die november 2010 is gepresenteerd. Een cruciaal element daarin waren gesprekken met leerlingen, ouders, docenten, schoolleiders, raad van toezicht en diverse belanghebbenden in de provincie. De vraag was wat zij van ons verwachten.  Belangrijk waren de verwachtingen van een kwalitatief goede leraar.  Dit kreeg, tezamen met een rondgang van recente wetenschappelijke inzichten in leren en organiseren,  uiteindelijk zijn vertaalslag in een nieuw koersplan. De ambities van Koers 2016 kunnen gelden als een goed voorbeeld van Leerkracht Aan Zet.

De leraar centraal

We spraken hierover met Jos Hulsker, lid kernstaf van OMO in Tilburg, die er overigens wel uitdrukkelijk bij vermeldt dat de collega’s van de scholen Koers 2016 willen waarmaken; hij is slechts de begeleider van het proces.  “Het is nog lang niet allemaal praktijk van waar we naar toe willen, maar we zijn hier serieus mee bezig.  De leraar moet het doen”.

Alleen sturen op competenties doet geen recht aan de kwaliteiten

“Wanneer wij het hebben over de leraar centraal hoort daar als vanzelfsprekend het doel daarvan bij: de leerling centraal. Wat de leraar betreft: we moeten niet alleen kijken naar  competenties. Competenties gaan namelijk uit van de maakbaarheid van leerkrachten. Die  visie is deels achterhaald. Competenties zijn waardevol, maar niet alleen. Als ik het wat zwart wit stel kun je zeggen dat competenties stammen uit de industriële revolutie, van het bepalen van vaardigheden per deeltaak van de lopende band. Vergelijk competenties eens met een sport.  Als daar een trainer van een goede spits zegt, dat hij nog maar eens moet gaan werken aan zijn verdedigende vaardigheden terwijl zijn spitswerk goed is vinden wij dat belachelijk. Maar bij een leraar vinden wij dit vanzelfsprekend. Hij of zij moet alle competenties beheersen.  De persoon die je bent, doet er ook toe”.

Een hogere schaal  voor leerkrachten zou mogelijk moeten zijn!

“We zeggen dat een schaal  LE  voor een docent bereikbaar zou moeten zijn. Waarom mag je hogere schalen alleen bereiken via het management?  Het is een verkeerd signaal  dat  je alleen financieel carrière boven schaal 12 kunt maken als je jezelf als manager ontwikkelt.  Het gaat dan nu wel om arbeidsrechtelijke zaken, maar qua functie-inhoud kunnen we hiervoor  goede argumenten aandragen. Een rector  is een blijft onmisbaar en waardevol voor een school. Het managen van talentontwikkeling is wel bij uitstek een moderne taak van een schoolleider”.

“Docenten mogen verschillen en de beloning daarmee ook. Een academische graad en excellente beheersing van competenties en beroepswaarden vragen om waardering in arbeidsvoorwaardelijke zin. Onderscheid is er, mag gezien en gewaardeerd worden.

De huidige beloningskaders doorbreken we door hogere salarisschalen bereikbaar te maken in havo/vwo (LE) en in het vmbo (LD/LE). Een leidende rol van een (gepromoveerde) docent op het terrein van het vakinhoudelijke en vakdidactisch-onderwijskundig concept willen we op die wijze belonen” (OMO; 2010; Koers 2016: p. 4)

5 beroepswaarden als vrolijk en verrijkend centraal gesteld

“Een belangrijke richting voor kwaliteitsontwikkeling bestaat ons inziens uit een betere onderkenning, waardering en stimulering van disposities  (houdingen) in het onderwijs”.  Deze beroepswaarden zijn genoemd in het koersplan:

1.       Vrolijk: ik straal enthousiasme voor het beroep uit en ben gericht op oplossen van problemen

2.       Verrijkend: ik ga positief met veranderingen om en verrijk anderen

3.       Verrassend: ik ben vernieuwend, maar neem geen onverantwoorde risico’s

4.       Vakmanschap: ik streef voortdurend naar optimalisatie van kennis en kunde over mijn vak, relevante didactiek en pedagogiek

5.       Verantwoordelijk eigenaarschap: ik leg verantwoording af, ben mij bewust van de morele kwaliteit van mijn denken en handelen – ook in relatie met de doelen van de school – en ben daar ook aanspreekbaar op. (idem: 3)

“Met deze beroepswaarden hebben we het over houdingen of karaktereigenschappen die je rol als leraar mogelijk meer  bepalen dan je  afzonderlijke competenties. Net zo met ethische opvattingen. Vrolijk bedoelen we  op zijn Benedictijns: niet mopperen, positief blijven”.

Leerkracht aan zet

“Als je de leraar centraal wilt stellen,  moet je het ook zo doen dat hij meer regelmogelijkheden krijgt.  Er moet wel een kader zijn dat talentontwikkeling  en regelmogelijkheden creëert. Dit vraagt een andere manier van denken.  Wij geloven er niettemin allemaal in dat de docent aan zet moet komen.

Soms wordt er gevraagd: Hoe belangrijk is de leidinggevende. Absoluut belangrijk! Maar vraag je af of je meer op processen gericht bent of op talentontwikkeling. En als je talentontwikkeling realiseert, maak je dan ook inzet van dat talent mogelijk? Dat is overigens nog moeilijker dan het managen van processen.”

Overleven in een organisatie

“De kracht van onderbenutting van talent is moeilijk te onderschatten. Binnen een jaar kan iemand gehospitaliseerd zijn binnen onze scholen. Het komt namelijk voort uit een overlevingsmechanisme. Als je binnen komt, word je vaak gezien als iemand met deficiënties. En je overleeft door je  aan te passen”.

Herijking door gesprekken met alle leraren, ouders en leerlingen

“Koers 2016 is tot stand gekomen door gesprekken met docenten, met leerlingen en ouders,  raad van toezicht en met vele belanghebbenden in de provincies. Vervolgens hebben we de peilers van het concept samengevat. Eugene Bernard, voorzitter van de raad van bestuur  is hierbij van groot belang geweest. We hebben ons overigens ook gebaseerd op  de wetenschap.  Een sterkte-zwakte analyse is mooi maar we hebben ons hier niet echt mee bezig gehouden”.

OMO bestuur op afstand betekent tevens dat (con)rectoren meer taken gaan afgeven

“De term decentraal tenzij slaat op het verdelen van de verantwoordelijkheden binnen de gremia. Iedere geleding in de school moet een afweging maken hoe zij verantwoordelijkheden kan doorgeven binnen de mogelijkheden van de context van de school. De term Decentraal tenzij geldt dus integraal voor alle geledingen”. 

Kennisnetwerken, platforms van leraren rond vakken en pedagogische thema’s

“We zijn volop bezig met het instellen van  kennisnetwerken.  Dat doen we met ILS Radboud Universiteit. Wat ons betreft zijn het vakgeoriënteerde netwerken en pedagogisch georiënteerde netwerken. Leraren  willen duurzame platforms waar je lid van kunt worden”.

Vertaling naar diverse praktijken

“Zo’n koers direct in de praktijk vertalen moeten en kunnen we dus ook niet verwachten. Toch zijn alle scholen er mee  bezig. (Op vraag omtrent zelfverantwoordelijke teams: ) Bij ons zijn zelfverantwoordelijke teams ook de meest voorkomende praktijk die in deze richting gaan”.

Marco Matthijsen



Terug