| De zeggenschap van leraren |
| 25-09-2009 |
![]() Eindrapport De zeggenschap van leraren Om een goed beeld te krijgen van de zeggenschap die leraren in hun beroep ervaren, heeft het Ministerie van OCW aan ResearchNed gevraagd hiervoor een onderzoek op te zetten en uit te voeren. Voor het PO en VO zijn de belangrijkste resultaten: • De meerderheid van leraren in zowel PO als VO ervaart de meeste zeggenschap binnen de muren van het klaslokaal: zij zijn het die de beslissende stem hebben over de inhoud van de lesstof, de volgorde waarin deze behandeld wordt en de gebruikte didactiek. In het PO ervaren leraren daarnaast in meerderheid ook een leidende rol waar het gaat om het beleid ten aanzien van omgang met leerlingen. VO-leraren geven meer dan leraren uit de andere sectoren aan een beslissende stem te hebben aangaande de wijze waarop getoetst wordt. • Aan de groep die aangaf weinig tot geen zeggenschap te hebben aangaande de voorgelegde aspecten van onderwijskundig beleid en kwaliteitsbeleid, is gevraagd welke belemmeringen zij daarbij ervaren. In PO vormt tijdsgebrek een belangrijke belemmering, alsmede de mate waarin individuele leraren zich aangesproken voelen deze taken op zich te nemen. In het VO geeft de meerderheid van de leraren aan dat het op hun school eigenlijk altijd dezelfde (andere) leraren zijn die de professionele ruimte benutten. • In alle sectoren zijn leraren tevreden over hun autonomie in de klas: onderwijsinhoudelijke aspecten waarover zij eerder al aangaven ruime professionele autonomie te ervaren. Men is minder tevreden over de zeggenschap over aanpalende taken. Leraren die veel belang hechten aan zeggenschap en een hoge mate van zeggenschap in de praktijk ondervinden, blijken het meest tevreden. Leraren die veel belang aan zeggenschap hechten, maar in de praktijk weinig zeggenschap ervaren, zijn het minst tevreden. • Een relatief grote groep leraren in alle sectoren geeft aan dat ten aanzien van zowel onderwijskundig beleid als kwaliteitsbeleid de zeggenschap van leraren niet formeel is vastgelegd. Waar dat wel in enige mate het geval is, betreft het in het po voornamelijk zaken als de omgang met leerlingen, de gevolgde didactiek en de keuze voor leermiddelen. In het VO wordt de ontwikkeling van beleid ten aanzien van toetsing en de inhoud en volgorde van de lesstof het meest genoemd. • De indirecte beïnvloeding van beleid en praktijk, door de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) Medezeggenschapsraad ((G)MR), is afhankelijk van organisatie en zichtbaarheid van de MR binnen de school. In dit onderzoek ligt de focus op de rol van de MR in relatie tot het lerarenteam. De MR blijkt vooral in het po ruggespraak te houden met leraren bij het vaststellen van standpunten. In het vo is dit minder. Voor het volledige rapport zie: www.minocw.nl/actueel/beleidsonderzoeken/100/Eindrapport-De-zeggenschap-van-leraren.html Bron: www.ocw.nl |




![]() |
12-01-2012
(Actualiteiten)
|

![]() |
01-12-2011
(Perspectief)
|

|
16-11-2011
(Perspectief)
|

|
29-10-2011
(Actualiteiten)
|

