Perspectief

De zzp-er als ultiem voorbeeld van eigenaarschap in onderwijs?
11-10-2011

Als het om een ja of nee antwoord gaat lijken we snel klaar te kunnen zijn met deze stelling. Als we het oppervlakkig nemen kan geconstateerd worden dat de zzp-er juridisch en organisatorisch eigenaar van zijn eigen werk is. Bovendien is de zzp-er zeer flexibel in relatie tot zijn omgeving. Voorwaar, ultiem eigenaarschap toch? Het wordt anders wanneer we het als een vraagstuk gaan zien met verschillende schillen. Want hiervan afgeleid zou de zzp ook eigenaar zijn van zijn inzet, kwaliteit en ontwikkeling van werk. Echter, de praktijk waarin onderwijs wordt gegeven is niet iets van een enkele leerkracht. Je draagt bij aan de ontwikkeling van leerlingen, maar dat doe je niet alleen. Het is geen lopende band werk waarin ieders werk inwisselbaar is, en bovendien, ook op een lopende band werk je samen en ben je dus van elkaar afhankelijk.

De zzp-er zet aantal zaken welkom op losse schroeven

De onderlinge afhankelijkheid beseffende moet geconstateerd worden dat als het om ultiem eigenaarschap gaat dit gevormd wordt door die eenheid die tevens de volledige verantwoordelijkheid voor een aantal leerlingen kan dragen in een bepaalde context. Je zou dan kunnen denken aan de oude dorpsschool, een meester met een gemengd klasje. Maar dan vergeten we het belang van grip op de context. Dat betekent dat die eenheid zich kan verhouden tot de context en haar omgeving, en dat kan iemand in zijn eentje niet/moeilijk. Kortom, de zzp-er in het onderwijs zet een aantal zaken op losse schroeven, wat extreem welkom is omdat het zorgt voor verbreding van het blikveld, en vertrouwen geeft in dat we voorbij werkgevers en werknemersverhoudingen met elkaar kunnen werken.

De maatschap van vakgenoten van leraren

Maar de ultieme vorm van eigenaarschap in onderwijs is de zzp-er in het onderwijs daarmee nog niet. Enerzijds omdat je in je eentje beperkte mogelijkheden hebt om je vakontwikkeling en netwerk te onderhouden. Anderzijds heb je gewoon te weinig organisatie, arbeidsdifferentiatie & intervisie mogelijkheden om de brede  verantwoordelijkheid te dragen voor leerlingen in context. Het spanningsveld dat hierachter schuilgaat is dat (te) kleine organisaties teveel geleefd dreigen te worden door hun omgeving, (te) grote organisaties te weinig relatie dreigen te hebben met hun omgeving. Om die twee vragen op te lossen kun je je verenigen met lotgenoten in bijv. een maatschap voor vak- of leergebiedbroeders. Bij uitstek interessant in vakken met weinig lesuren/weinig vraag naar omdat daarin moeilijk een full time job is te realiseren bij een school. En tevens een goede oplossing voor continuïteit en kwaliteit van aanbod. Met een maatschap van vakbroeders/zusters is een veel breder netwerk te onderhouden, zijn verschillende intervisierelaties mogelijk, kan de vakinhoud beter bijgehouden worden en kan continuïteit in vraag en aanbod onderhouden worden. Hiervan zien we echter nog te weinig voorbeelden, terwijl het een uitermate geschikte oplossing is.

Zelfverantwoordelijke teams

Ook de maatschap van vakgenoten is echter niet de ultieme vorm van eigenaarschap, omdat het niet de volle verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van leerlingen op zich kan nemen en het wel interessant is voor vo maar veel minder in po.  Ook als het een vakbrede maatschap zou zijn, hebben ze weliswaar wel zeggenschap over voor wie en onder welke condities ze zich laten inhuren maar geen zeggenschap over de organisatie van het volledige onderwijs van de leerlingen waarvoor ze zich  inzetten. Visie en organisatie daarvan worden bepaald door de school, en de leerlingen hebben les van andere docenten waarmee zij geen team vormen en daarmee ook maar een beperkte verantwoordelijkheid voor de volledige ontwikkeling van de leerlingen en hun resultaten. Voor het ultieme voorbeeld van eigenaarschap in onderwijs moeten we dus eigenlijk iets vinden waarbij de leerkrachten ook zeggenschap hebben over de visie en organisatie van de school, zodat ze mede-eigenaar kunnen zijn van de school in relatie tot haar omgeving en de invulling van het werk. Dat zou bijv. kunnen als een team een maatschap vormt en zich laat inhuren door een bestuur om het onderwijs te verzorgen. Er zijn directeuren die hierover nadenken, het is ook echt nog een andere interessant perspectief, maar er is nog veel onduidelijk over, vraagt lef en geeft geen zekerheid of men voor de lange toekomst ook als team-maatschap die verantwoordelijkheid blijft behouden.

Voorbeelden van Leerkracht aan Zet

Het project Leerkracht Aan Zet, dat de VBS samen met SBL & de AOb heeft opgezet, is erop gericht om voorbeelden te lokaliseren en bekend te maken van (thematisch) eigenaarschap van leerkrachten. Het wordt ondersteund door OCW. We hebben het in visionaire en onderzoekskringen wel allemaal over het belang van leerkrachten die eigenaar zijn van hun werk, maar wat zijn daarvoor nu werkelijk interessante praktijkvoorbeelden? Tijdens de LeerKrachtCentrale april 2010 waar de Leerkracht Aan Zet Award 2010 is uitgereikt passeerden een tiental genomineerde voorbeelden de revue. Opvallend in de meeste ontwikkelingen van eigenaarschap van leerkrachten is het fenomeen van de zelfverantwoordelijke teams.

Als statement heeft de jury van deze Award – bestaande uit Walter Drescher, Annet Kil, Thijs Jansen, Simon Steen, Chris Sigaloff & Jos de Blok – het ultieme voorbeeld van zelfverantwoordelijke teams verkozen als winnaar: de Coöperatie Vrije School Utrecht. Een zelfverantwoordelijk team tot op het niveau van eigenaarschap van de school. De praktijk van deze school laat overigens zien dat het er niet zozeer om gaat dat leraren over alles meepraten. Een van de eerste besluiten die deze coöperatie nam was het in dienst nemen van een manager. Het sterke is dus dat zo’n team van leraren prima enerzijds kan functioneren op het niveau van werkgever, op een abstract niveau van belangen, en anderzijds als collega, teamlid en uitvoerende van de coöperatie onder aansturing van de manager. Voorwaar een bijzonder voorbeeld omdat het laat zien dat leerkrachten prima op organisatieniveau kunnen meedenken en verantwoordelijkheid dragen en zich anderzijds bij de invulling daarvan kunnen laten sturen door de manager die zij op hoofdniveau samen in dienst hebben. Overigens is de belangrijkste tendens die wij waarnemen de ontwikkeling naar zelfstandige teams en verantwoordelijkheid voor ontwikkelingszaken bij (sub)teams, welke ook in het kader van de aanstaande wetgeving omtrent zeggenschap over onderwijskundig- en kwaliteitsbeleid belangrijk is.

Is juridisch mede-eigenaarschap nu de ultieme vorm van mede-eigenaarschap?

In juridisch opzicht natuurlijk wel. Maar is een coöperatie dan de meest ultieme vorm van mede-eigenaarschap. Had zo’n team van leraren niet dezelfde vorm van eigenaarschap bereikt met een maatschap? Pardon, hoe haalt u het in uw hoofd om aan een maatschap te denken als organisatievorm voor een school? Ahah, de eerste reden waarom dit niet zo is, is omdat de coöperatie niet zozeer vanuit een blanco opzicht de meest geëigende vorm van eigenaarschap is, maar omdat dit binnen de huidige wetgeving alleen wel zo is. De wetgeving geeft ons geen ruimte om zelf die afweging te maken, want de wet kent alleen rechtspersonen om niet als eigenaren van een school (dit is eind 19e eeuw besloten en besloten door de Tweede Kamer omdat andere rechtsvormen toen nog niet voldoende controleerbaar leken). Maar om een eigenlijk nog veel belangrijker reden is dit de foutieve vraagstelling. Namelijk, in welke mate hebben de zzp-er, de maatschap en de coöperatie als voorbeelden van eigenaarschap van leerkrachten wat te zeggen over hun eigen werk? Dat eigen werk is namelijk ingebed in een heel krachtenveld van wet- en regelgeving en regeldruk en belangendruk vanuit de overheid. De overheid verdeelt uit de belastingopbrengsten geld voor onderwijs voor iedere leerling aan scholen. Om dat te verantwoorden dienen deze scholen te voldoen aan bepaalde regels. De wijze waarop we dat nu gedaan hebben is zo dat daardoor een druk ontstaat waarbij iedere belangenvereniging aan de overheid zijn belang voorlegt om rekening mee te houden, waardoor de druk op verantwoording van besteding conform de verschillende belangen toeneemt en de regels al snel uitdijende regelcompromissen dreigen te vormen.

Hitteschild

Het resultaat van de regel- en verantwoordingsdruk is dat hoe het beleid in de praktijk uitwerkt sprake is van overreguling en wantrouwen van de professionals en diegenen die hen aansturen. Om dan van ontwikkeling en realisatie van eigenaarschap te spreken zonder hiermee rekening te houden is deels eigenlijk misplaatst. Een belangrijke rol die schooldirecteuren tegenwoordig dan ook vervullen is die van hitteschild: ze houden onnodige regel- of verantwoordingsdruk weg van hun personeel.

Willen we hier uit komen dan moeten we met elkaar het belang van eigenaarschap steeds meer leren onderkennen, moeten we vasthouden. We moeten oppassen om elkaar vanuit wantrouwen geen ontwikkelingsdynamiek toe te kennen maar elkaar blijven aanspreken op verdere doorontwikkeling van eigenaarschap tot op de werkvloer.

Verschenen in het maart themanummer van 12-18 over de zzp-er.

Marco Matthijsen
Innovatieadviseur Verenigde Bijzondere Scholen, projectleider Leerkracht aan Zet



Terug