Meten is weten en leidt tot verbeteren
Op RSG De Borgen in Leek ondervonden docenten aan den lijve de aansluitingsproblematiek tussen 3 en 4 HAVO, waardoor aan het aantal zittenblijvers aan het eind van 4 HAVO soms bijna 50% was. Aan de hand van onderzoek dat is verricht naar leerprocessen en de effecten van verschillende doceerstijlen, is door leerkrachten in samenwerking met lio’s een tweetal instrumenten ontwikkeld op het gebied van enquêtering van leerlingen, zowel na afloop van de toets (met vragen als ‘Welke stappen heb ik gemist?”en ‘Wat ga ik eraan doen?’) als voor de toets (met vragen als ‘Wat heb ik gedaan?’en ‘Wat vind ik lastig?’).
Doordat docenten zo zelf systematisch hun kennis van leerstijlen vergrootten en meer kennis kregen over de leerprocessen bij hun leerlingen hebben onderwijskundige veranderingen plaatsgevonden. “Leerkrachten hebben positief gereageerd door het bijstellen van hun lessen en ze zien ook duidelijk de resultaten ervan”, aldus schoolopleider Geke Schuurman. “De cijfers zijn omhoog gegaan en aan het eind van het schooljaar 2008/2009 waren er aanzienlijk minder zittenblijvers.”
Docenteninitiatief cruciaal
Hoewel de verankering van eigenaarschap - hier op onderwijsinhoudelijk gebied- een belangrijk agendapunt was binnen de school, ging het pas leven toen het onderwerp echt bij de docenten zelf werd neergelegd. Dit gebeurde in gesprekken met en tussen docenten waarin het ging over zaken waar men tegen aan liep en die men wilde verbeteren. Doordat er sprake was van onderwijsvernieuwing en docenten zelfstandig actief het onderwijs op systematische wijze ontwikkelden werd parallel gewerkt aan de professionalisering van docenten. Eigenaarschap voor wat betreft inhoud alsmede de werkwijze.
Andere succesfactoren waren dat er duidelijkheid was met betrekking tot de rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen de school, de expliciete opname in de jaartaak van de tijd die door leerkrachten aan dit project werd besteed en de verwerking in de lesroosters van de vaste overlegmomenten voor dit project. Hierdoor kon men elkaar ook duidelijk aanspreken op de voortgang en resultaten van het project.
Het gaat niet vanzelf
Om dit initiatief te laten slagen moest er constant worden gewaakt voor de continuïteit van het project, immers de waan van de dag gaat altijd voor. Verder hing de belangstelling voor dit project en enkele soortgelijke projecten met deze specifieke wijze van opereren (onderzoeken en vervolgens actie) nogal samen met de achtergrond van de leerkracht. Voor een eerstegraads docent bleek het makkelijker om op een onderzoeksmatige manier te werken dan voor een deze wijze te werken dan voor tweedegraads docent die liever vanuit de eigen lespraktijk naar praktische oplossingen zoekt.
Meer weten? Geke Schuurman (schoolopleider); g.schuurman@rsgdeborgen.com






