In 2006 is door De Vrije School Utrecht een lerarencoöperatie opgericht, de ultieme vorm van leerkracht aan zet. De lerarencoöperatie is immers een rechtspersoon die wordt gevormd door de leerkrachten zelf, en geeft dus formele uiting aan lerarenzelfbestuur.
Sterkere borging van lerarenzelfbestuur
Lerarenzelfbestuur, een bekend begrip voor vrije scholen en dus ook voor De Vrije School Utrecht, vindt zijn oorsprong in de gedachte dat het algemeen bestuurlijk beleid zich dient te richten naar het pedagogisch beleid. Dit betekent dat leraren leidend zijn in het besturen van de school. Aangezien leraren niet de tijd of de expertise hebben om alles zelf te doen werd het lerarenbestuur bij De Vrije School Utrecht voorheen aangevuld met ouders of professionals van buiten de school. Deze laatste groep vormde dan het formele stichtingsbestuur terwijl leraren en bestuursleden de beleidsvergadering vormden die het feitelijke bestuursorgaan was. De uitvoering van het bestuurlijke werk vond plaats in diverse werkgroepen. Uiteindelijk wilde men deze wijze van besturen verbeteren op een aantal punten. Het ging dan met name om meer transparantie, snellere besluitvorming en meer discipline.
De keuze voor de coöperatie als alternatief voor de stichting was snel gemaakt en had met name te maken met de volgende twee zaken die goed in de coöperatie zijn te verwezenlijken:
- de autonomie van de leerkracht staat centraal: de leerkracht dient vanuit eigen inzicht en professionaliteit inzicht te geven aan het onderwijsproces;
- het primaire proces is leidend in het bestuur en beheer van de school.
Binnen de rechtsvorm coöperatie is gekozen voor de variant waarbij leerkrachten (eigenlijk gaat het om alle medewerkers met een vast dienstverband, dus ook klassenassistenten en conciërge) de totale (juridische) verantwoordelijkheid voor de school op zich namen. Dit betekent niet dat ze ook alles zelf doen zoals de administratie en financieel management. Het uitgangspunt is wel dat leerkrachten als professionals daadwerkelijk verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen voor hun school. “De coöperatie maakt dit in rechtsvorm mogelijk. Daar iedereen lid is van de coöperatie, is een ieder mede-eigenaar van de school. Hierdoor kan elk lid ook daadwerkelijk invloed uitoefenen op het beleid van de school.“, aldus bestuurslid Harrie Stokkel.
Organisatorische inrichting
In praktijk werkt het als volgt: Alle medewerkers, die in vaste dienst zijn, zijn lid van de coöperatie en vormen samen de Algemene Leden Vergadering (ALV). De ALV stelt het beleid vast en alle medewerkers denken en beslissen dus mee. Het bestuur van de coöperatie is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van het vastgestelde beleid en vormt daarmee de dagelijkse leiding.
Binnen de kaders door de ALV en het bestuur gesteld, is de schoolleider verantwoordelijk voor de terreinen pedagogiek, personeel en communicatie. Gezien de kleine schaal van de Vrije School Utrecht is ervoor gekozen om de schoolleider ook onderdeel van het tweehoofdig bestuur van de coöperatie te laten zijn. De schoolleider hoeft niet alles zelf uit te voeren. Er zijn werkgroepen ingesteld voor o.a. leerlingenzorg en personeel. Deze werkgroepen adviseren tevens de schoolleider.
Daarnaast is er een facilitair bureau dat verantwoordelijk is voor de post, begroting, ouderbijdrage, de leerlingenadministratie, contact met de Centrale Administratie, contact gemeente, vakantieregeling, onderhoud van het gebouw, schoonmaak, verhuur van ruimtes aan derden, meubilair en beveiliging.
Met de nieuwe constructie is de formele rol van de ouders in het bestuur opgehouden te bestaan. De Medezeggenschapsraad is natuurlijk namens al ouders de gesprekspartner van de schoolleiding. Daarnaast is er een Raad van Toezicht waarin tot nu toe ouders van oud-leerlingen zitting hebben. De Raad van Toezicht fungeert als toezichthoudend orgaan op het coöperatiebestuur en kan adviseren en bemiddelen.
Na drie jaar grote tevredenheid
Nu de coöperatie ruim drie jaar bestaat is er op basis van een interne enquête een tussenbalans opgemaakt. Wat werkt er goed en wat werkt er minder? In z’n algemeenheid kan geconcludeerd worden dat de tevredenheid onder de medewerkers met de coöperatie groot is. Het rapportcijfer schommelt tussen de 7,5 en 8. De coöperatie blijkt een goede invulling aan het beginsel van lerarenzelfbestuur te bieden met een helder en inzichtelijk besluitvormingsproces. De hierboven genoemde punten van transparantie, snellere besluitvorming en meer discipline, die mede de aanleiding vormden voor de coöperatie zijn duidelijk verbeterd.
Ontwikkelpunten
Er is ook een aantal punten van verbetering. In de eerste plaats is dat de deelname aan de ALV. Er zijn medewerkers die niet (altijd) aan de ALV deelnemen en dus minder betrokken zijn bij de processen die zich daar afspelen. Als redenen om niet deel te nemen aan de ALV worden o.a. genoemd dat men maar een kleine aanstelling heeft en/of ook nog ander werk heeft, men net in dienst is of dat het niet uitkomt met de thuissituatie. Als verbeterpunt wordt genoemd om bij de aanstelling van nieuwe leerkrachten rekening te houden met gewenste betrokkenheid bij de ALV en hen duidelijk te informeren over hoe alles werkt. Naast de kwantitatieve deelname is er ook discussie over de deskundigheid binnen de ALV. Het is vaak een kleine kring van mensen die constant actief meedoet. Er lijkt meer behoefte te zijn aan inhoudelijke uitwisseling, waarbij het de vraag is in hoeverre dat tijdens de ALV dient plaats te vinden. Hierbij is het goed om helder te hebben dat het betrokken zijn bij (deelnemen aan) de coöperatie niet hetzelfde hoeft te zijn als het zijn van een actief ALV-lid. Juist op pedagogisch inhoudelijk gebied is de betrokkenheid groot, doordat zaken als school- en zorgplan in de werkoverleggen intensief worden besproken. In de ALV vindt enkel de finale besluitvorming plaats. Daarnaast hoeft betrokkenheid bij de ALV geen grote bestuurlijke deskundigheid in te houden. Wel is er behoefte bij de deelnemers aan basiskennis op bestuurlijk gebied. Daar zal dit en volgend schooljaar aan gewerkt worden.
Tenslotte blijkt in de praktijk dat aangezien de schoolleider en medewerkerbureau tevens bestuurslid zijn het niet altijd duidelijk is voor de medewerkers in welke hoedanigheid zij soms uitspraken doen.
Tips voor starters
Naast de hierboven genoemde punten die de Vrije School al werkenderwijs is tegengekomen en waarvan anderen weer kunnen leren, is er ook een aantal do’s die men graag wil meegeven aan scholen die de oprichting van een lerarencoöperatie overwegen:
- Werk in kleine groepen aan de inrichting van de coöperatie. Dit waarborgt een actievere deelname en meer gelegenheid om dieper in de materie te duiken.
- Werk met beelden en voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Leerkrachten praten en denken vaak niet in bestuurlijk-juridische termen. Een begrip als verantwoordelijkheid heeft aan andere lading voor een leerkracht dan voor een bestuurder.
- Betrek de MR bij het denken en invulling geven aan de coöperatie. Dit leidt tot breder draagvlak en aanscherping en verdieping van het proces.
- Stel een realistisch tijdspad samen. Het denk-, werk- en besluitvormingsproces duurt altijd langer dan je denkt.
Tot slot
De lerarencoöperatie is een boeiend en ultiem voorbeeld van leerkracht aan zet: de leerkracht die (mede) het bevoegd gezag van de school vormt. Vanuit een aantal belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs is de VBS al in 2001 gestart met het ontwikkelen van het model van de onderwijscoöperatie. Voor het organiseren van ruimte voor professionals, betrokkenheid van onderop en pedagogisch ondernemerschap onder leraren bleek de lerarencoöperatie een ideale rechtsvorm. Inmiddels hebben ook de Commissie Rinnooy Kan in haar in 2008 verschenen rapport LeerKracht! en de Onderwijsraad in haar gelijktijdig verschenen advies Leraarschap is eigenaarschap de lerarencoöperatie genoemd als interessante samenwerkingsvorm. Minister Plasterk heeft kort na het uitkomen van het rapport van de Comimissie Rinnooy Kan een werkbezoek gebracht aan de Lerarencoöperatie Utrecht en heeft zich er positief over uitgesproken in het overleg met de Tweede Kamer over het rapport LeerKracht ! Ook staatssecretaris Van Bijsterveldt is tijdens de jaarvergadering van de VBS in 2008 in het kader van haar pleidooi voor meer zeggenschap voor leerkrachten nadrukkelijk ingegaan op de activiteiten van de VBS rondom de leraren coöperatie.
Bronnen en nadere informatie
Deze bijdrage is gebaseerd op:
- Volledige betrokkenheid van onderop, mw. drs. E.H.E.E. Silvius (VBSchrift juni 2005)
- Website De Vrije School Utrecht
- Interne vragenlijst coöperatie Vrije School Utrecht (2009)
Voor nadere informatie: info@vrijeschoolutrecht.nl
Voor nadere informatie over het coöperatiemodel: emoolenburgh@vbs.nl






