We spraken hierover met Jaap Nelissen, directeur van Jenaplanschool Wittevrouwen in Utrecht. Op deze school zijn leraren samen aan de slag gegaan om het curriculum gezamenlijk om te vormen. Ze zitten als het goed is nu in het laatste jaar van het proces hiervan. Jaap Nelissen kwam in de jaren ’80 van de PABO toen er eigenlijk geen werk was. ‘Je kwam als nummer 350 op een sollicitatie’. Jaap Nelissen was van de bluf en zei dat hij na het behalen van zijn diploma binnen een dag een baan zou hebben. En hij kreeg gelijk. Hij kon inderdaad beginnen als invaller bij een VSO-lomschool in Hilversum. In 1986 begon Jaap als invaller op Wittevrouwen, de school waar hij nu directeur is. Na vele omzwervingen is hij jaren later weer teruggekeerd op de school, dit keer als directeur. Inmiddels is hij alweer 11 jaar directeur van deze basisschool. De groei van de school heeft hij dus van dichtbij meegemaakt.
De denktank
‘Ongeveer zes jaar geleden, na een ouderavond, is er tussen teamleden een spontaan gesprek ontstaan over een aantal zaken waar teamleden tegen aan liepen. Uit het idee dat het beter moet kunnen ontstaat een groep teamleden die hier over na willen denken. De motivatie om met elkaar te brainstormen komt o.a. voort uit de wens om de betrokkenheid van leerlingen tot en met groep 8 hoog te houden.
Vervolgens kwamen ook andere zaken ter sprake. Zoals waarom benutten we de talenten van kinderen niet beter, moeten leerkrachten nou alleskunners zijn terwijl ze dat niet kunnen zijn. Hoe kunnen we als jenaplanschool nog meer op maat lesgeven en, hoe kan de kloof tussen groep 2 en 3 verkleind worden. De club van teamleden die hier regelmatig voor bij elkaar kwamen en over nadachten ging ‘de denktank’ heten en heeft drie jaar als dusdanig gefunctioneerd.’
Van vrijblijvende bijeenkomsten naar professionaliteit
‘Over de tijd sluiten steeds meer teamleden zich aan bij de denktank (ongeveer de helft was op het hoogtepunt vertegenwoordigd) en vanuit de directie & management team kwam de wens dit idee te verbreden naar het hele team zonder dat het opgedrongen werd. In de denktank bleef het namelijk teveel bij mooie plannen. Om te waarborgen dat ook directieleden vrijelijk kunnen mee discussiëren en brainstormen is er gezocht naar professionele begeleiding van buiten af. De eerste begeleiding bleek een misfit te zijn. Het managementteam heeft vervolgens 5 bureaus uitgenodigd om een goed professioneel begeleidingsbureau te vinden die bij de ideeen van de school past. Uiteindelijk hebben we voor APS gekozen, omdat zij ons ook aan het denken zetten. Er kwamen studiedagen en een teamtweedaagse waar we verder mee zijn gegaan. Naast het inhoudelijke gebeuren werd al snel duidelijk dat een cultuurverandering ook nodig was. Het werken met actielijsten in plaats van notulen, effectief vergaderen, werkstructuur i.p.v. overlegcultuur en erkende ongelijkheid werden voorwaarden om het proces goed in te gaan’ aldus Jaap Nelissen.
‘Het werkt niet voor iedereen hetzelfde. Dat vraagt ook begeleiding wanneer mensen bijv. dreigen af te haken. Gesprekken om te laten zien dat het wellicht voor hen wel zo werkt maar niet voor anderen. En dat we geen risico nemen met kinderen maar het doordacht doen zodat het door iedereen geaccepteerd wordt, ook door ouders. Uiteraard moet je als mt knopen kunnen doorhakken, maar als het team nee had gezegd was dit proces niet gebeurd.’
Een missie voor de school
‘Eind vorig jaar werd er een missie/visie-groep gevormd. Ieder heeft een ander idee over wat er precies in een missie van een school moet staan. Sommigen menen dat het kort en krachtig moet. Andere vinden dat het iets uitgebreider moet. De missie en visie kwam met veel vijven en zessen tot stand. Er zijn miljoenen missies. Iedereen heeft wel een ander idee van wat daar in moet staan. Bijvoorbeeld ‘leren doe je niet allen’, dat vind ik alleen geen visie maar een motto. Eerst hebben we gezegd dat iedereen met ideeën mocht komen, denkers, doeners en praters, dat maakte niet uit. Dat waren er twaalf, maar als snel bleek dat dit een te grote groep was. Er is toen besloten om naar een groep van vier teamleden te gaan, omdat het anders een getouwtrek om ieder woord zou worden wat de boel enorm zou vertragen. Het managementteam heeft uiteindelijk in samenspraak met de originele missie/visie-groep een groep van 4 teamleden gevormd.
De groep is vervolgens gekomen tot een missie waarop alle teamleden mochten schieten. Vervolgens is de feedback verwerkt en zijn we gekomen tot een missie waar de pijlers van het onderwijs in staan en waarin duidelijk verwoord is waar de school voor staat. Maar er staat bijvoorbeeld ook uitdrukkelijk in dat de school het met de ouders samen doet. Uit deze missie is een visie gekomen en het managementteam is aan de slag gegaan om een plan van aanpak te schrijven.’
Groepswerk/ werken in groepen & facilitering
‘Uit de plan van aanpak zijn zeven ontwerpgroepen ontstaan, waarin teamleden samen kunnen komen tot het omvormen van een deel van het curriculum. De ontwerpgroepen zijn: rekenen, taal, hoeken (voor de onderbouw), zorg, ICT, wereldoriëntatie en ateliers. Bij de ontwerpgroep ateliers wordt ingegaan op kunstzinnige vakken en techniek en spelen de talenten van kinderen een belangrijke rol. De teamleden konden een voorkeur van een ontwerpteam aangeven (een 1e keus en een 2e keus) en de groepen werden vervolgens zo opgebouwd dat iedere bouw vertegenwoordigd was in de groep met maximaal 6 leden per groep. Daarnaast zit er in iedere groep ook een lid van het managementteam (het MT bestaat uit 4 bouwcoördinatoren en 2 directieleden). Als managementteam hebben we daarbij wel piketpaaltjes uitgezet zodat er harmonie zou ontstaan tussen de ideeën van de verschillende ontwerpgroepen. De ontwerpen moeten namelijk wel passen binnen een algemene structuur, zoals dat je het einde van de dag afsluit in je stamgroep, of dat groepen worden geclusterd in verschillende gebouwen ( hoe handig dat ook kan zijn qua materiaal.) Maar ook dat gym geen atelier vrije keuze wordt maar hier standaard 2 uur per week in homogene leeftijdsgroepen voor wordt ingeruimd. Als managementteam hebben we het kale casco neergezet en de ontwerpteams zijn vervolgens als binnenhuisarchitecten aan de gang gegaan om het geheel vorm te geven.
Om goed in de ontwerpgroepen aan het werk te kunnen is er dit jaar voor een groot deel tijd vrijgemaakt om hier aan te werken. 30% van alle vergadertijd is beschikbaar voor het werken in de ontwerpgroep, dat is 12 uur vergadertijd naast de teamtweedaagse en twee studiedagen. Daarnaast heeft iedereen in het takenbeleid een aantal uren voor het ontwerpproces.’
Pilotfase goed voor proefondervindelijk ontwerpen
‘In het vierde jaar van het omvormingsproces, vorig jaar, was er een pilotfase die volgde op een brainstormfase. Tijdens de vele gesprekken en de studiedagen kwamen verschillende werkvormen naar voren zoals verhalend ontwerpen en coöperatief leren. Hier hadden we weinig ervaring mee, dus hier werd onderwijstijd in gestoken. Zodoende hebben we, het managementteam, besloten om hier ervaring mee op te doen. In de pilotfase hebben we bijvoorbeeld ervaring opgedaan met verschillende lokalen zoals een rekenlokaal en een taallokaal. We hebben een traject verhalend ontwerpen uitgevoerd aan de hand van thema’s en voor de groepen 1 tot en met 4 hebben we een hoekenland gecreëerd met grote hoeken waarbij kleuters zelf vrij kunnen kiezen. Zoiets hebben we kunnen doen omdat veel kinderen al ongeveer geletterd binnen komen bij ons, dat geeft wat ruimte. Tegelijk met de pilotfase hebben we ook schoolbezoeken gedaan aan een vijftal andere scholen over het land om ideeën op te doen en geïnspireerd te worden. Deze hele fase heeft er toe geleid dat we met het missie visie traject zijn begonnen om het geheel beter in te kaderen vanuit onze eigen visie.’
Ouders denken mee
‘Ook ouders spelen een rol in het hele traject. Vorig jaar was er een plenaire avond voor ouders. Tijdens deze avond hebben we verteld waar we mee bezig waren en wat we dachten dat er nog moet gebeuren. We hebben tegelijk een oproep gedaan aan de ouders met de vraag of ze hierover mee zouden willen denken in de vorm van een klankbordgroep. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een groep van 10 ouders waar we het afgelopen schooljaar 6 bijeenkomsten mee hadden. Daar heb je als team veel aan. In de klankbordgroep zitten onder andere managers uit het bedrijfsleven. Zij hebben een andere kijk op het proces en kunnen nuttige tips geven en procesmatig meedenken. Uiteraard zitten er ook ouders in de klankbord groep die er zitten voor hun kind en willen weten wat er nu precies gebeurt.’
Toewerkend naar een gezamenlijk eindresultaat
‘Het proces van het omvormen van het curriculum is nog steeds in volle gang, maar we zijn nu een eind gevorderd. Als het goed is kunnen we het volgend jaar gaan invoeren. Maar we gaan niet onnodig haasten, als het dan nog niet af is dan wachten we er nog een jaar mee. Het curriculum wordt pas ingevoerd als het geheel af is en iedereen er achter staat.’
‘Opmerkelijk genoeg kwam ik er onlangs achter dat het concept wat we hebben ontwikkeld qua organisatievorm bijna naadloos blijkt aan te sluiten bij TOM (teamonderwijs op maat). Toch ben ik van mening dat het goed is dat we dit niet eerder wisten. Dan hadden we het eerder zomaar uit de kast getrokken. Nu hebben we met het team dit proces doorleefd. Zo’n proces is van wezenlijk belang en dat zouden we missen wanneer we zomaar een concept hadden gekopieerd.
› Download bijlage





